ECLI:NL:RBZWO:2002:AE0743
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. van Arem
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- W.J.B. Cornelissen
- Rechtspraak.nl
Stamrechtuitkering als aanvulling op loondervingsuitkering niet als eenmalige uitkering voor toeslagberekening
Eiser, voormalig werknemer van X B.V., ontving een ontbindingsvergoeding van ƒ 65.000,- bruto die door de werkgever rechtstreeks aan een verzekeringsmaatschappij werd betaald als stamrecht. Eiser ontvangt hiervan een maandelijkse uitkering van ƒ 649,-. Verweerder kende eiser een toeslag toe van ƒ 16,80 per week op zijn WW-uitkering.
Eiser betwistte dat de stamrechtuitkering als inkomen in verband met arbeid moet worden beschouwd en stelde dat het inkomen uit vermogen betreft, waardoor het buiten de toeslagberekening zou moeten blijven. De rechtbank stelde vast dat het stamrecht een aanvulling is op een loondervingsuitkering en niet een eenmalige uitkering in verband met beëindiging van de dienstbetrekking zoals bedoeld in artikel 7, lid 2, sub b van het Inkomensbesluit Toeslagenwet.
De rechtbank oordeelde dat de wijze van betaling via de verzekeringsmaatschappij een fiscaal voordeel oplevert en dat het standpunt van eiser dat het een eenmalige uitkering betreft niet kan worden gevolgd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de toeslag toegekend door verweerder bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de toeslag van ƒ 16,80 per week wordt toegekend.