ECLI:NL:RBZWO:2002:AE1085
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting, herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Eiser ontving een bijstandsuitkering die door verweerder werd opgeschort, herzien en teruggevorderd op grond van een vermeende gezamenlijke huishouding met mevrouw X vanaf 1 januari 1997. Eiser betwistte deze datum en stelde dat de gezamenlijke huishouding pas vanaf 1 juli 1997 bestond. Verweerder baseerde zich op fraudemeldingen, verklaringen van buurtbewoners, observaties en rapporten van sociale recherche.
De rechtbank oordeelde dat eiser en mevrouw X weliswaar vanaf januari 1999 samenwoonden, maar dat onvoldoende bewijs was geleverd voor een gezamenlijke huishouding vanaf 1 januari 1997. De datum 1 juli 1997 werd als aannemelijk geacht. Hierdoor mocht de bijstandsuitkering niet worden herzien en teruggevorderd voor de periode vóór 1 juli 1997.
Verder stelde eiser dat de stukken van de bezwaarprocedure niet aan zijn gemachtigde waren toegezonden, wat leek in strijd met de Awb. De rechtbank volgde echter de uitleg van de Hoge Raad dat art. 6:17 Awb Pro regelt aan wie stukken worden gezonden, niet welke stukken, en dat het niet toezenden van het volledige dossier niet strijdig is met de wet. Het concept-advies van de secretaris van de bezwarencommissie valt niet onder de op de zaak betrekking hebbende stukken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot opschorting, herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.