ECLI:NL:RBZWO:2002:AE6536
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen sepotbesluit wegens ontbreken besluit in zin van Awb
Eiseres ontving een brief van de officier van justitie waarin werd medegedeeld dat zij niet vervolgd zou worden voor ontucht, maar dat een schriftelijke waarschuwing werd opgelegd en het incident werd geregistreerd. Eiseres diende een bezwaarschrift in tegen deze beslissing, waarop geen besluit werd genomen. Vervolgens stelde zij beroep in bij de bestuursrechter wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot niet-vervolging, zoals het sepotbesluit, onder artikel 1:6 Awb Pro valt en daarom niet als een besluit in de zin van de Awb kan worden beschouwd. Dit betekent dat de bestuursrechter niet bevoegd is om hierover te oordelen en dat het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank verwees naar jurisprudentie die stelt dat rechtsbescherming tegen vervolgingsbesluiten via het strafrecht en civiele weg moet worden gezocht.
De rechtbank wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het sepotbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het sepotbesluit geen besluit in de zin van de Awb is.