ECLI:NL:RBZWO:2002:AE7090
Rechtbank Zwolle
- Voorlopige voorziening
- J.J. Szauer-Bos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij onzekerheid recht op loon en ziekengeld na ontslag
Verzoeker is op 15 augustus 2001 ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie anders dan door ziekte. Op 6 augustus 2001 viel hij uit wegens ziekte. Het UWV weigerde vanaf 15 augustus 2001 ziekengeld toe te kennen omdat onzekerheid bestond over het recht op loondoorbetaling vanwege een bezwaar tegen het ontslagbesluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de wetgever bij artikel 47a lid 2 Ziektewet niet heeft bedoeld situaties als deze, waarin vaststaat dat verzoeker óf recht heeft op ziekengeld óf op loondoorbetaling, en verrekening kan plaatsvinden. Het is niet de bedoeling dat een werknemer langdurig zonder inkomen blijft door een patstelling tussen loondoorbetaling en ziekengeld.
Gezien de precaire financiële situatie van verzoeker en het ontbreken van een schorsende werking van het bezwaar tegen ontslag, is sprake van onverwijlde spoed. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en wordt het UWV gelast voorschotten op de Ziektewet-uitkering te betalen vanaf 25 juni 2002, alsmede vergoeding van gemaakte kosten.
Uitkomst: Het UWV wordt gelast voorschotten op de Ziektewet-uitkering te betalen vanaf 25 juni 2002 en de gemaakte proceskosten te vergoeden.