ECLI:NL:RBZWO:2002:AF1088
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Szauer-Bos
- Rechtspraak.nl
Bescherming persoonlijke levenssfeer werknemer weegt zwaarder dan toegang werkgever tot medische gegevens in WAO-procedure
De zaak betreft een beroep van werkgever tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen om aan een werkneemster een WAO-uitkering toe te kennen wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Werkneemster was na een reorganisatie ziek gemeld en onderzocht door een verzekeringsarts, die concludeerde dat zij duurzaam volledig arbeidsongeschikt was.
Werkgever stelde dat zij door de verplichte inschakeling van een arts- en advocaat-gemachtigde in bezwaar- en beroepsprocedures financieel en praktisch werd benadeeld, en dat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het recht op een eerlijk proces. Tevens vorderde zij toegang tot de medische gegevens van de werknemer om haar standpunt adequaat te kunnen onderbouwen.
De rechtbank overwoog dat het belang van de werknemer bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van de werkgever bij toegang tot medische gegevens. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die bevestigen dat de medische besluitenregeling en privacybescherming in procedures voor de administratieve rechter van toepassing blijven. Werkgever kan zich in de beroepsfase laten bijstaan door een advocaat-gemachtigde, maar hoeft niet ook een arts-gemachtigde in te schakelen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien om partijen te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de toekenning van de WAO-uitkering aan de werknemer wordt ongegrond verklaard.