ECLI:NL:RBZWO:2002:AF2552
Rechtbank Zwolle
- Kort geding
- W.N. Everts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling executieverbod alimentatiekosten na meerderjarigheid kind
In deze zaak staat centraal of de beschikking van 31 juli 2001, waarin alimentatieverplichtingen zijn vastgelegd tot de meerderjarigheid van de zoon, ook na diens meerderjarigheid een executoriale titel vormt voor kosten van levensonderhoud en studie. Eiseres stelt dat zij na de meerderjarigheid van de zoon geen alimentatie meer verschuldigd is en verzoekt executie van de beschikking te verbieden.
De voorzieningenrechter stelt vast dat artikel 1:395b BW bepaalt dat een alimentatiebeslissing tot de meerderjarigheid van het kind na die datum als een beslissing tot kosten van levensonderhoud en studie geldt, maar dat dit niet automatisch geldt indien de rechter expliciet heeft bepaald dat de verplichting eindigt bij meerderjarigheid. In deze zaak is zo'n expliciete bepaling opgenomen.
Daarom oordeelt de voorzieningenrechter dat eiseres na de meerderjarigheid niet gehouden is tot betaling op grond van de beschikking en verbiedt hij executie van de beschikking voor kosten na de meerderjarigheid. De voorzieningenrechter wijst erop dat indien behoefte bestaat, een nieuwe procedure kan worden gestart om alimentatie vast te stellen.
De kosten van het geding worden gecompenseerd vanwege de bloedverwantschap. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Executie van de alimentatiebeschikking voor kosten na meerderjarigheid wordt verboden met een dwangsom bij overtreding.