ECLI:NL:RBZWO:2002:AF2558
Rechtbank Zwolle
- Kort geding
- W.N. Everts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming asielzoeker uit opvangcentrum wegens gezinsleven
De zaak betreft een kort geding tussen het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en een asielzoeker die zonder recht of titel verbleef in het AZC te Steenwijk. De asielprocedure van de gedaagde was definitief afgerond met een negatieve uitspraak, waardoor hij rechtmatig verwijderbaar was. Het COA vorderde ontruiming van het AZC omdat de opvangverstrekking op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) was geëindigd na het verstrijken van de finale vertrektermijn.
De gedaagde voerde verweer met een beroep op schrijnende humanitaire omstandigheden en het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. Zijn vrouw en drie kinderen verbleven eveneens in Nederland, waarbij het asielberoep van de vrouw nog in behandeling was. De voorzieningenrechter overwoog dat het gezinsleven van belang is en dat ontruiming een inmenging vormt die een eerlijke afweging vereist tussen individuele belangen en die van de gemeenschap.
Hoewel het COA geen beoordelingsbevoegdheid heeft over humanitaire uitzonderingen en de IND hierover beslist, werd geoordeeld dat ontruiming van de gedaagde onredelijk zou zijn zolang het beroep van zijn vrouw nog niet onherroepelijk was beslist. De vordering tot ontruiming werd daarom afgewezen, waarbij de beslissing over proceskosten werd aangehouden in afwachting van de toevoegingsaanvraag van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de asielzoeker uit het AZC wordt afgewezen vanwege bescherming van het gezinsleven.