ECLI:NL:RBZWO:2002:AF8784
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schone lei na overlijden schuldenaar in schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft de rechtbank Zwolle geoordeeld over de beëindiging van een schuldsaneringsregeling na het overlijden van de schuldenaar. De schuldenaar is op 25 september 2001 overleden, waarna de bewindvoerder de lopende zaken heeft afgewikkeld en een schriftelijk eindverslag heeft uitgebracht met het verzoek tot vaststelling van extra salaris voor buitengewone werkzaamheden.
De rechtbank stelt vast dat door het overlijden de schuldenaar niet langer zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling is nagekomen en daarin tekort is geschoten. Volgens artikel 354 lid 1 Fw Pro. dient beoordeeld te worden of deze tekortkoming aan de schuldenaar kan worden toegerekend. De wet voorziet niet in de situatie van overlijden, maar het bijzondere karakter van de schuldsanering maakt dat de grond voor het verlenen van een schone lei – het voortzetten van het leven van de schuldenaar – is weggevallen.
De rechtbank oordeelt dat het overlijden als omstandigheid aan de schuldenaar moet worden toegerekend en dat de schone lei niet aan de erfgenamen wordt verleend. Het feit dat de schuldenaar niets te verwijten valt, leidt niet tot een andere beslissing. Daarnaast stelt de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op € 2.074,92 exclusief BTW en vergoedt zij de verschotten voor reiskosten en publicatiekosten.
De schuldsaneringsregeling eindigt na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst, waarmee de procedure formeel wordt afgesloten.
Uitkomst: De rechtbank verleent geen schone lei na overlijden schuldenaar en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.