ECLI:NL:RBZWO:2003:AF5962
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.F. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens detentie en ziekte werknemer
De werknemer trad in januari 2001 in dienst bij TNT Nederland B.V. als warehouse medewerker. Na een periode van vakantie meldde TNT dat de werknemer wegens detentie niet kon werken. TNT sprak ontslag op staande voet uit vanwege de afwezigheid en het voornemen tot vervolging. De werknemer betwistte dit ontslag en stelde dat de detentie berustte op een valse aangifte en dat hij contact had gezocht met zijn leidinggevende na vrijlating.
TNT verzocht vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden of subsidiair wegens veranderde omstandigheden. De werknemer voerde aan dat detentie geen verband hield met de arbeidsrelatie en dat hij door ziekte niet kon werken, waardoor ontbinding onredelijk zou zijn.
De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor ontbinding, mede door een verklaring van de echtgenote van de werknemer die haar eerdere aangifte wilde intrekken. Ook was het voornemen tot vervolging onvoldoende om detentie aan de werknemer toe te rekenen. De wijziging van omstandigheden was niet zodanig dat ontbinding gerechtvaardigd was. De vertrouwensbasis was niet weggevallen, mede gezien de medische situatie van de werknemer.
Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.