ECLI:NL:RBZWO:2003:AF6175
Rechtbank Zwolle
- Hoger beroep
- Th.A. Ariëns
- W.J.B. Cornelissen
- F. Koster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding buitengerechtelijke kosten en ongerechtvaardigde verrijking bij huurwoning
In deze civiele zaak staat centraal of de verhuurder [Z] aan de huurders [X] en [Y] een vergoeding moet betalen voor door hen aangebrachte verbeteringen aan de gehuurde woning en of buitengerechtelijke incassokosten vergoed dienen te worden.
De kantonrechter had de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten slechts deels toegewezen en de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking afgewezen. In hoger beroep wordt geoordeeld dat de kantonrechter een onjuiste maatstaf hanteerde voor de beoordeling van de ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank stelt dat het niet gaat om de vraag of verbeteringen comfortverhogend zijn, maar of zij de waarde van het gehuurde objectief hebben verhoogd.
Echter, de rechtbank oordeelt dat onvoldoende is gesteld dat de verhuurder ongerechtvaardigd is verrijkt, mede gezien de lage huurprijs en het ontbreken van bewijs van kostenbesparing of voordeel voor de verhuurder. Wel wordt geoordeeld dat de buitengerechtelijke incassokosten redelijk zijn en de kantonrechter deze ten onrechte te laag heeft vastgesteld. Het vonnis van de kantonrechter wordt daarom deels vernietigd en de verhuurder veroordeeld tot betaling van een hoger bedrag aan buitengerechtelijke kosten. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 216,68, terwijl de overige vorderingen worden afgewezen.