ECLI:NL:RBZWO:2003:AF6838
Rechtbank Zwolle
- Voorlopige voorziening
- W. Miltenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorzieningen bij weigering bijstandsuitkering aan staatlozen zonder geldig verblijfsdocument
Verzoekers en verzoeksters, allen staatloos, dienden aanvragen in voor bijstandsuitkeringen op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Deze aanvragen werden afgewezen omdat zij geen geldig verblijfsdocument konden overleggen zoals vereist in artikel 7, tweede lid, van de Abw.
Zij beriepen zich op artikel 23 van Pro het Staatlozenverdrag, dat stelt dat rechtmatig verblijvende staatlozen gelijk behandeld moeten worden als onderdanen wat betreft sociale zekerheid. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze bepaling onvoldoende concreet en toepasbaar is om rechtstreeks een recht op bijstand te ontlenen en dat het begrip 'onderdanen' in dit verband moet worden geconcretiseerd aan de hand van de Abw.
Verder werd vastgesteld dat verzoekers en verzoeksters weliswaar rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 8 sub h van Pro de Vreemdelingenwet 2000, maar dat deze verblijfsstatus niet automatisch recht geeft op bijstand. De voorzieningenrechter concludeerde dat de bestreden besluiten rechtmatig zijn en dat de kans groot is dat deze in de bodemprocedure stand zullen houden, zodat voorlopige voorzieningen niet worden getroffen.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen de afwijzing van bijstandsuitkeringen aan staatlozen zonder geldig verblijfsdocument worden afgewezen.