ECLI:NL:RBZWO:2003:AH9533
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag ondanks sociaal plan en reorganisatie
Eiser was sinds 1997 in dienst bij gedaagde, met een lange voorgeschiedenis bij rechtsvoorgangers. In 2002 werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd wegens reorganisatie, waarbij een sociaal plan met een afvloeiingsuitkering van 15% over vier weken werd toegepast. Eiser was geen vakbondslid en betoogde dat het sociaal plan onvoldoende was en dat eerdere dienstverbanden bij rechtsvoorgangers moesten worden meegeteld voor ontslagvergoeding en opzegtermijn.
Gedaagde verweerde zich met het standpunt dat eerdere dienstverbanden door faillissementen waren onderbroken en niet konden leiden tot voortgezette aanspraken. Ook stelde zij dat het sociaal plan het resultaat was van overleg met vakbonden en dat de financiële situatie geen ruimere regeling toeliet.
De kantonrechter oordeelde dat eerdere dienstverbanden niet mochten worden meegeteld omdat rechten toen al waren gehonoreerd. Het sociaal plan bood een indicatie van toereikendheid, maar eiser mocht de redelijkheid betwisten. De financiële situatie van gedaagde was onvoldoende onderbouwd door eiser, vooral omdat de relevante cijfers voor 2002 niet doorslaggevend waren voor de reorganisatiebeslissing in maart 2002.
De kantonrechter concludeerde dat de ontslagvergoeding, hoewel bescheiden, niet kennelijk onredelijk was en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.