ECLI:NL:RBZWO:2003:AI1387
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Betaling verhuisvergoeding en schadevergoeding na verhuizing met geschil over diefstal en beschadiging
Partijen sloten een verhuisovereenkomst waarbij eiser, een verhuisbedrijf, de inboedel van gedaagde zou verhuizen tegen een prijs van €1.611,- inclusief BTW. De verhuizing vond plaats in februari 2002. Gedaagde stelde dat tijdens de verhuizing een handtasje met munten was gestolen, enkele meubelstukken beschadigd raakten en een deel van haar spullen niet was verhuisd.
Eiser vorderde betaling van de verhuisprijs minus een creditnota van €75,-, terwijl gedaagde een schadevergoeding eiste wegens vermeende wanprestatie. De rechtbank oordeelde dat gedaagde onvoldoende bewijs had geleverd voor toerekenbare tekortkomingen van eiser, met name voor de diefstal en beschadigingen. De vordering tot betaling van €1.350,58 werd toegewezen, inclusief incassokosten en rente.
De vordering tot schadevergoeding werd aangehouden om gedaagde in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren, onder meer via getuigenverhoor. De rechtbank wees erop dat gedaagde niet had aangetoond dat eiser in verzuim was gesteld voor herstel of nakoming, waardoor een beroep op opschorting van betaling niet slaagt.
De uitspraak bevestigt dat een verhuisbedrijf gehouden is de goederen conform overeenkomst te vervoeren, maar dat de bewijslast voor wanprestatie bij de opdrachtgever ligt. De procedure in reconventie wordt voortgezet voor de beoordeling van de schadevergoeding wegens de verdwenen en beschadigde spullen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.622,58 en schadevergoeding wordt aangehouden voor bewijslevering.