ECLI:NL:RBZWO:2003:AJ6907
Rechtbank Zwolle
- Hoger beroep
- Th.A. Ariëns
- W.J.B. Cornelissen
- H.C.A. Walda
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheids- en toepasselijk recht bij agentuurovereenkomst met internationale aspecten
De zaak betreft een geschil over een agentuurovereenkomst tussen een appellant woonachtig in Syrië en een Nederlandse coöperatie, Agrico. De appellant vordert betaling van achterstallige commissie en schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd, waarna de rechtbank zich in hoger beroep bevoegd verklaarde.
De rechtbank onderzoekt het toepasselijke recht en oordeelt dat het Haags Vertegenwoordigingsverdrag prevaleert boven het EVO-verdrag, waardoor Syrisch recht van toepassing is op de agentuurovereenkomst. Er is geen rechtskeuze voor Nederlands recht vastgesteld. De rechtbank constateert dat het Syrisch recht geen specifieke regeling kent voor agentuurovereenkomsten en beveelt nader onderzoek.
De rechtbank benoemt procesmatige complicaties en verwijst naar eerdere uitspraken. De rechtbank wijst op de noodzaak van een comparitie om bewijs en toelichting te verkrijgen, en om schikkingsmogelijkheden te onderzoeken. De zaak wordt aangehouden en partijen worden uitgenodigd voor een comparitie in Zwolle. De rechtbank houdt iedere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, stelt Syrisch recht voorlopig van toepassing en beveelt een comparitie voor nader onderzoek en mogelijke schikking.