ECLI:NL:RBZWO:2003:AL4364
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering goodwill fysiotherapiepraktijk en sportmedisch adviesbureau bij scheiding
In deze zaak tussen een ex-echtpaar stond de waardering van de goodwill van een fysiotherapiepraktijk en een sportmedisch begeleidings- en adviesbureau centraal in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
De rechtbank baseerde zich op een deskundigenrapport waarin de goodwill van de fysiotherapiepraktijk werd vastgesteld op fl. 77.535 per 31 december 1995, terwijl voor het sportmedisch adviesbureau geen goodwill werd vastgesteld. De man erkende het recht van de vrouw op de helft van de goodwill, maar stelde dat deze waarde pas opeisbaar is bij het neerleggen van de praktijk, omdat hij zijn deelname aan de maatschap voortzet om in zijn levensonderhoud te voorzien.
De rechtbank volgde dit standpunt en bepaalde dat de vrouw een vordering krijgt ter grootte van de helft van de netto vergoeding die de man te zijner tijd ontvangt, welke vordering pas opeisbaar is na ontvangst van die vergoeding. Ook de fiscale oudedagsreserve (F.O.R.) werd op deze wijze behandeld. De rechtbank kende aan de man de onbepaalde waarde van de goodwill toe en aan de vrouw het recht op de helft van de toekomstige vergoeding.
De procedurekosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Goodwill wordt toegedeeld aan de man met een vordering van de vrouw op de helft van de toekomstige vergoeding, pas opeisbaar bij beëindiging praktijk.