ECLI:NL:RBZWO:2003:AN9008
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na vierde tijdelijke verlenging en loonbetaling
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst en de betaling van loon na 31 december 2002. De werknemer was aanvankelijk in dienst op basis van tijdelijke contracten die meerdere malen werden verlengd. Volgens artikel 7:668a BW wordt een arbeidsovereenkomst na de vierde tijdelijke verlenging automatisch omgezet in een contract voor onbepaalde tijd, tenzij anders bepaald in een cao of bestuursregeling.
De werkgever betwistte deze omzetting en stelde dat de werknemer zelf om beëindiging had gevraagd. De kantonrechter oordeelde echter dat de werkgever de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2002 onterecht als tijdelijk had verlengd en dat de werknemer niet op de hoogte was van afstand van rechten. Ook was geen toestemming van het CWI verkregen voor de opzegging per 31 december 2002, waardoor deze opzegging vernietigbaar is.
De werknemer had tijdig de nietigheid van de opzegging ingeroepen en zich beschikbaar gesteld voor werk. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het loon vanaf 1 januari 2003, inclusief wettelijke rente en vakantietoeslag, en wees de vordering tot tewerkstelling als chauffeur af vanwege beëindiging van de transportactiviteiten van de werkgever.
De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het dwingende karakter van de omzetting van tijdelijke naar onbepaalde arbeidsovereenkomsten en benadrukt de noodzaak van correcte opzegprocedures.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is omgezet in onbepaalde tijd en de werkgever is veroordeeld tot betaling van loon vanaf 1 januari 2003.