ECLI:NL:RBZWO:2004:AO2790
Rechtbank Zwolle
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig wegens ontbreken dringende reden en doorbetaling loon
De kantonrechter te Zwolle behandelde een kort geding tussen werknemer [X] en Scania Nederland B.V. over de rechtmatigheid van een ontslag op staande voet. [X] was op 18 november 2003 ontslagen nadat hij tijdens een video-opname zijn geslachtsdeel had ontbloot op de werkvloer. Hij betwistte de dringende reden en stelde dat het ontslag nietig was.
De kantonrechter stelde vast dat hoewel het tonen van het geslachtsdeel aan collega’s had plaatsgevonden en werd opgenomen op video, niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat Scania met de vereiste voortvarendheid had gehandeld. Een eerdere waarschuwing aan [X] was niet aannemelijk gemaakt en de ernst van het verwijt moest daarom op zichzelf worden beoordeeld.
Daarnaast was de verstandhouding tussen partijen dusdanig verstoord dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet realistisch was. De kantonrechter wees de vordering tot wedertewerkstelling af, maar veroordeelde Scania tot doorbetaling van het loon vanaf de ontslagdatum, inclusief wettelijke rente en een gematigde vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
De arbeidsovereenkomst zou op 15 februari 2004 eindigen indien Scania haar verzoek tot ontbinding niet introk. De vordering tot afgifte van de videoband werd afgewezen omdat Scania al een kopie had verstrekt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt nietig verklaard en Scania wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon en vergoeding van buitengerechtelijke kosten.