ECLI:NL:RBZWO:2004:AO5085
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Deuring
- S.E. Bins-van Waegeningh
- L.T. Wemes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs in cocaïne-invoeringszaak
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een zaak waarin de verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij de invoer van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. De tenlastelegging betrof onder meer het invoeren van cocaïne en voorbereidingshandelingen daartoe, alsmede deelname aan een criminele organisatie. De verdediging voerde verweren aan tegen de geldigheid van de dagvaarding en stelde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.
De rechtbank verwierp de verweren omtrent de dagvaarding en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk. Wel werd de dagvaarding partieel nietig verklaard voor een onduidelijk omschreven onderdeel. Na beoordeling van het bewijs concludeerde de rechtbank dat er geen wettig en overtuigend bewijs was voor de tenlastegelegde feiten. Daarom sprak zij de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast gelastte de rechtbank de teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen die niet vatbaar waren voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak vond plaats in een openbare terechtzitting op 4 maart 2004.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.