ECLI:NL:RBZWO:2004:AP1004
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie met vergoeding
Achmea verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, waarbij het vertrouwen in een zinvolle voortzetting was verdwenen. De kantonrechter stelde vast dat het disfunctioneren van [verweerster] onvoldoende aannemelijk was gemaakt en dat Achmea haar bezwaren niet duidelijk had gecommuniceerd, waardoor [verweerster] onvoldoende gelegenheid had gekregen om haar functioneren te verbeteren.
Daarnaast was er sprake van samenwerkingsproblemen binnen de afdeling, maar deze waren niet concreet aan [verweerster] toegerekend. De kantonrechter oordeelde dat de verstoring van de arbeidsrelatie hoofdzakelijk aan het optreden van Achmea te wijten was. Daarom werd het verzoek tot ontbinding slechts toegewezen onder toekenning van een billijke vergoeding aan [verweerster].
De vergoeding werd vastgesteld op €6.350 bruto, gebaseerd op factoren zoals leeftijd, dienstjaren en salaris. Achmea kreeg de mogelijkheid het verzoek in te trekken, met de waarschuwing dat zij dan de proceskosten zou dragen. Bij niet-intrekking werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2004 en werd Achmea veroordeeld tot betaling van de vergoeding aan [verweerster].
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juni 2004 met een bruto vergoeding van €6.350 aan de werknemer.