ECLI:NL:RVS:1996:AE9810
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van bouwvergunning voor gevelreclame in beschermd stadsgezicht
Appellante bracht twee bordeauxrode vaandeldoeken aan op de eerste verdieping van haar pand, zonder bouwvergunning. Burgemeester en wethouders verklaarden haar bezwaren ongegrond en wezen bestuursdwang aan wegens het ontbreken van een vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het aanbrengen van de vaandeldoeken als bouwen in de zin van de Woningwet moet worden aangemerkt.
De Afdeling oordeelde dat de vaandeldoeken een bouwwerk vormen omdat zij een constructie van enige omvang zijn, bestemd om blijvend ter plaatse te functioneren. De locatie in een beschermd stadsgezicht speelt geen rol bij de uitleg van het begrip bouwen. De vereiste bouwvergunning kon niet worden verleend omdat de vaandels niet voldoen aan redelijke eisen van welstand, zoals vastgesteld door de gemeentelijke Welstands-/Monumentencommissie.
De Afdeling vond het niet onredelijk dat bestuursdwang werd aangezegd om naleving van wettelijke voorschriften en precedentwerking te waarborgen. Financiële belangen van appellante en het beroep op gelijkheidsbeginsel werden niet aanvaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuursdwang blijft gehandhaafd wegens het ontbreken van een bouwvergunning voor de vaandeldoeken.