ECLI:NL:RVS:1998:AE8937
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrond verzet tegen bestuursbesluit
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit verzoek volgde op een eerdere uitspraak waarbij het bestuursbesluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant werd vernietigd wegens gegrondverklaring van het beroep van verzoeker.
Gedeputeerde staten hadden hiertegen verzet aangetekend, maar dit verzet werd door de Afdeling bestuursrechtspraak ongegrond verklaard, waardoor definitief is beslist over het geding. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening te treffen totdat definitief over het geschil was beslist.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat, nu definitief was beslist dat het verzet ongegrond was, het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond was en wees dit af. Tevens werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan zonder oproeping en verhoor van partijen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat definitief is beslist dat het verzet ongegrond is.