ECLI:NL:RVS:1999:AA4040
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H. Grosheide
- M.R. Wijnholt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing inzageverzoek BVD-dossiers en toepassing Wob
Appellant verzocht op 23 augustus 1994 om inzage in dossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) over hemzelf, zijn vader en grootvader. De Minister van Binnenlandse Zaken weigerde deels inzage op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), met verwijzing naar staatsveiligheid en privacy. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug.
Na herbeoordeling verklaarde de rechtbank het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het betrekking had op de grootvader. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de Minister terecht inzage weigerde in actuele gegevens over appellant zelf vanwege staatsveiligheid, maar dat het contextbeleid dat inzage beperkt tot opgegeven maatschappelijke contexten niet deugde. Voor de grootvader bevestigde de Raad dat de Minister correct handelde bij het weigeren van inzage in namen van derden en bronnen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die het beroep op grootvader betrof en verklaarde het beroep in zoverre ongegrond. Voor appellant zelf werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand omdat geen aanvullende gegevens bekend waren. De Minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard voor appellant zelf, besluit vernietigd, beroep op grootvader ongegrond, Minister veroordeeld in proceskosten.