ECLI:NL:RVS:1999:AA4053
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.H.C.A. Muller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap wegens openstaande strafzaak
Appellante verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar de Staatssecretaris hield dit verzoek aan vanwege een openstaande strafzaak wegens verdenking van valsheid in geschrifte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde aan dat er sprake was van een bijzondere omstandigheid omdat de strafzaak openstond doordat het vonnis niet was betekend, waardoor zij niet in hoger beroep kon gaan. De Raad van State oordeelde dat de Staatssecretaris zich niet onredelijk had opgesteld door het verzoek aan te houden, mede omdat appellante niet had aangetoond dat zij alles had gedaan om de betekening van het vonnis te bespoedigen. Ook het langdurige verblijf van appellante in Nederland en de naturalisatie van haar echtgenoot vormden geen bijzondere omstandigheden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.