ECLI:NL:RVS:1999:AA4073
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- J.M. Boll
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor invoer en bezit van 40 rode flamingo's op grond van de Vogelwet
Appellante, Breeding Farm Snavelhof B.V., verzocht om een vergunning op grond van artikel 21 van Pro de Vogelwet 1936 voor het binnen Nederland brengen en houden van 40 rode flamingo's. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij weigerde deze vergunning, waarop appellante bezwaar maakte dat werd afgewezen. De president van de arrondissementsrechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde dat de vogelsoort niet beschermd zou zijn en dat een geldige CITES-uitvoervergunning was afgegeven door Canadese autoriteiten.
De Raad overwoog dat de Vogelrichtlijn ook betrekking heeft op ondersoorten die buiten Europa voorkomen, mits de soort of andere ondersoorten in Europa in het wild voorkomen. De Minister mocht aannemen dat de rode flamingo tot de beschermde soort Phoenicopterus ruber behoort. De CITES-uitvoervergunning ontslaat niet van de toetsing aan de strengere nationale Vogelwetgeving. De Minister handelde binnen zijn beleidsvrijheid door de vergunning te weigeren omdat het houden van de vogels commercieel van aard was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.