ECLI:NL:RVS:1999:AA4075
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- J.M. Boll
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning voor vervoer en vliegen van hybride roofvogels
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij weigerde vergunning te verlenen voor het vervoer en het laten vliegen van hybride roofvogels, op grond van artikel 21 van Pro de Vogelwet 1936. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat hybride roofvogels sinds 1994 als beschermde vogels worden aangemerkt en dat het beleid van de Minister restrictief is, gericht op het beschermen van de vogelstand. De vergunning wordt in principe alleen verleend aan vogelasiels en wetenschappelijke instellingen, terwijl liefhebbers slechts een overgangsvergunning krijgen voor het houden van de vogels, niet voor vervoer buiten het erf.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid niet kennelijk onredelijk is en dat appellant geen aanspraak kan maken op de gevraagde vergunning. Ook is geen strijdigheid met het gemeenschapsrecht of internationale verdragen zoals CITES aangetoond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.