ECLI:NL:RVS:1999:AA4198
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- J.J.R. Bakker
- J.J.H. Suyver
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering vergunning verlaagde inrit in strijd met beleidsregels niet onredelijk
Appellant, burgemeester en wethouders van Sittard, weigerden aan A een vergunning voor het aanleggen van een verlaagde inrit bij zijn woning. Eerder was een soortgelijke aanvraag al onherroepelijk afgewezen zonder motivering. De rechtbank verklaarde het bezwaar van A gegrond en vernietigde het besluit van de gemeente.
De Raad van State oordeelde dat de gemeente bij de beslissing op bezwaar een volledige heroverweging van het eerdere besluit heeft gemaakt, zoals vereist op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De weigeringsgrond, bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving, is uitdrukkelijk opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening en mag niet worden genegeerd.
De Raad van State achtte het gemeentelijk beleid, dat uitwegvergunningen voor ééngezinswoningen alleen verleent indien de uitweg naast de woning ligt, niet kennelijk onredelijk. Het beroep van A op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel werd verworpen, omdat vergelijkbare gevallen anders zijn beoordeeld en geen rechtens te beschermen vertrouwen bestond.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van A ongegrond. Er waren geen gronden voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van burgemeester en wethouders wordt gegrond verklaard en het beroep van A ongegrond.