ECLI:NL:RVS:1999:AA4295
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- E. Korthals Altes
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verlof vuurwapen wegens onjuiste toepassing wettelijke grondslag
Appellant, die in 1993 was veroordeeld voor illegaal wapenbezit, had in 1997 verlof gekregen voor het bezit van een vuurwapen ten behoeve van de schietsport. Dit verlof werd later ingetrokken door de korpschef op grond van artikel 7 van Pro de Wet wapens en munitie (Wwm), waarna de Minister het besluit tot intrekking in stand hield. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef ten onrechte het verlof heeft ingetrokken op basis van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wwm, omdat de omstandigheden die intrekking rechtvaardigen niet aanwezig waren. Tevens stelt de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet, vernietigt het intrekkingsbesluit van de korpschef en veroordeelt de Minister in de proceskosten. Tevens wordt appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het verlof voor het bezit van een vuurwapen wordt vernietigd wegens ontbreken van een juiste wettelijke grondslag.