ECLI:NL:RVS:1999:AA4455
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor voormalig kaaswinkelier
Appellant, voormalig kaaswinkelier, verzocht om toevoeging voor rechtsbijstand in een procedure waarin hij schadevergoeding vorderde wegens vermeende misleiding door een leverancier. De Raad voor Rechtsbijstand wees dit verzoek af op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand, omdat appellant zijn bedrijf had beëindigd en niet voldeed aan de uitzonderingscriteria voor toevoeging.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de uitzondering alleen geldt indien voortzetting van het bedrijf afhankelijk is van de uitkomst van de bijstand, wat hier niet het geval was. Appellant stelde dat de Raad een beleid hanteert dat niet door de wet wordt toegestaan, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat artikel 12 geen Pro ruimte biedt voor dit beleid en dat appellant hieraan geen aanspraak kan ontlenen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met enige verbetering van gronden. Er werden geen proceskosten toegekend. De zaak werd behandeld door een enkelvoudige kamer, waarbij partijen niet verschenen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging bevestigd.