ECLI:NL:RVS:1999:AA4457
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.J. van der Weel
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurprijs woonruimte bij bijzondere relatie tussen verhuurder en huurder
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris om de huurprijs van een woning niet te wijzigen, ondanks de bijzondere relatie tussen de overleden verhuurder en de huurder, zijn dochter.
De staatssecretaris stelde dat de huurprijs, gecorrigeerd met trendmatige verhogingen, niet aanzienlijk afweek van een redelijke huurprijs en dat de onderhoudstoestand van de woning onvoldoende was om een huurprijswijziging te rechtvaardigen. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State oordeelt dat de bijzondere relatie tussen vader en dochter leidde tot een fixatie van de huurprijs in de periode 1969-1982, welke na het overlijden van de verhuurder niet meer voortleeft. De staatssecretaris heeft ten onrechte geweigerd de huurprijs te wijzigen omdat sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 16 Hpw Pro.
Echter, de staatssecretaris is niet verplicht de huurprijs te wijzigen; het beleid vereist dat de woning in goede onderhoudstoestand verkeert. De Raad van State stelt vast dat de onderhoudstoestand niet ernstig tekortschiet en dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris worden vernietigd, en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen over de huurprijswijziging.