ECLI:NL:RVS:1999:AA4535
Raad van State
- Verzet
- J.J.R. Bakker
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken hoorzitting afgewezen
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte geen hoorzitting heeft gehouden, terwijl hij hierom nadrukkelijk had verzocht en geen toestemming gaf voor onmiddellijke uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat de rechtbank op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb bevoegd was het onderzoek te sluiten en af te zien van een hoorzitting omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was. Daarnaast kon de Afdeling zelf ook afzien van een hoorzitting in hoger beroep omdat een hoger beroep tegen een dergelijke uitspraak niet mogelijk is volgens artikel 37, tweede lid, aanhef en onder a, Wet op de Raad van State.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak bevestigt dat bij kennelijke niet-ontvankelijkheid van een beroep de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak geen hoorzitting hoeven te houden, ook niet indien de verzoeker hierom vraagt.
Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard omdat de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak bevoegd waren af te zien van een hoorzitting bij kennelijke niet-ontvankelijkheid.