ECLI:NL:RVS:1999:AA4628
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Boll
- B. van Wagtendonk
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van planschadevergoeding bij vestiging vuilstortinrichting
Appellant verzocht de gemeenteraad van Skarsterlân om vergoeding van planschade op grond van artikel 49 WRO Pro vanwege de vestiging van een vuilstortinrichting nabij zijn melkveehouderij. De gemeenteraad wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de gemeenteraad de waardevermindering van de verschillende bedrijfsonderdelen afzonderlijk had bepaald, wat niet onjuist was. Echter, de Afdeling stelde dat de gemeenteraad bij de bedrijfsgebouwen niet alle waardedrukkende factoren had betrokken, terwijl de nabijheid van de stortplaats wel degelijk een negatief effect kan hebben. Daarom had de gemeenteraad een meer integrale benadering moeten hanteren.
De Afdeling oordeelde dat de beslissing op bezwaar onvoldoende gemotiveerd was in de zin van artikel 7:12 Awb Pro en dat de rechtbank dit had moeten meenemen in haar oordeel. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van gronden. Tevens werd de gemeenteraad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de gemeenteraad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.