ECLI:NL:RVS:2000:AA4834
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ouderbijdrage in jeugdhulpverlening wegens kinderbijslagproblematiek
Bij besluit van 4 september 1995 werd aan A een ouderbijdrage van 210 gulden per maand opgelegd voor de plaatsing van een jeugdige in een residentiële voorziening. A maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 17 december 1996 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van A tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het fundamentele rechtsbeginsel van het sociale minimum werd geschonden doordat een groep ouders geen aanspraak kon maken op kinderbijslag, wat niet in de Wet op de jeugdhulpverlening was verwerkt.
De Raad van State oordeelt dat de ouderbijdrage conform de Wet en het Besluit is vastgesteld en dat het sociale minimum geen algemeen rechtsbeginsel is dat de toepassing van de Wet kan beperken. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
De uitspraak bevestigt dat de draagkracht van de ouder geen maatstaf is bij het vaststellen van de ouderbijdrage en dat uitzonderingen op de Wet niet aan de orde zijn in deze zaak. Hierdoor blijft de wettelijke regeling inzake ouderbijdragen in de jeugdhulpverlening onverkort van toepassing.
Uitkomst: Het beroep van A wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.