ECLI:NL:RVS:2000:AA4978
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie en afwijzing aanvraag over voorgaande jaren
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die het bezwaar tegen de terugvordering van huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1993 tot 1 juli 1994 ongegrond verklaarde. De staatssecretaris had de subsidie over dit tijdvak gewijzigd in nihil en het reeds uitbetaalde bedrag van f 3.840 teruggevorderd.
Appellant had bezwaar gemaakt tegen deze terugvordering en tevens verzocht om met terugwerkende kracht huursubsidie toe te kennen over de jaren 1984 tot 1992. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaarde. Het hoger beroep bij de Raad van State richt zich op deze beslissingen.
De Raad overweegt dat appellant in het formulier voor 1993-1994 onjuist heeft verklaard dat zijn inkomen niet met 15% zou stijgen ten opzichte van 1992. Uit gegevens van de belastingdienst bleek een aanzienlijke inkomensstijging, waardoor de staatssecretaris terecht het inkomen over 1993 heeft betrokken bij de herberekening van de subsidie. Het beroep op de bijzondere hardheidsclausule faalt omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.
Ten aanzien van de aanvraag over 1984-1992 is vastgesteld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in die jaren huurder was van de woning waarvoor subsidie werd gevraagd, zodat de aanvraag terecht is afgewezen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering van huursubsidie over 1993-1994 en wijst de aanvraag over 1984-1992 af.