ECLI:NL:RVS:2000:AA5193
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- J.H. Grosheide
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen weigering paspoortaanvraag na verlies Nederlanderschap
Appellante verloor op 1 januari 1995 het Nederlanderschap vanwege langdurig verblijf in het buitenland en het bezit van de nationaliteit van haar geboorteland. Zij verzocht om een nieuw paspoort, maar de Nederlandse ambassade in Londen weigerde dit verzoek in behandeling te nemen. De minister verklaarde het bezwaar tegen deze weigering kennelijk niet-ontvankelijk, stellende dat het bezwaar feitelijk gericht was tegen de vaststelling van het verlies van het Nederlanderschap, wat geen besluit in de zin van de Awb zou zijn.
De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar mede gericht was tegen de weigering de paspoortaanvraag in behandeling te nemen, en verklaarde het bezwaar gegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de weigering een besluit in de zin van de Awb is, ook al is deze gebaseerd op een rechtsfeit. De minister had de aanvraag moeten behandelen, maar gezien het verlies van het Nederlanderschap zou dit leiden tot afwijzing.
De Afdeling verwierp het beroep van de minister dat de weigering geen besluit zou zijn en dat artikel 27, tweede lid, van de Paspoortwet als grondslag kon dienen, omdat deze bepaling alleen ziet op aanvragen in de Nederlandse Antillen of Aruba. Ook kon de weigering niet worden gebaseerd op artikel 4:5 Awb Pro, omdat geen herstelbaar verzuim was vastgesteld.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde de hoger beroepen ongegrond en liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.