ECLI:NL:RVS:2000:AA5326
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tweede toevoeging rechtsbijstand wegens ontbreken diversiteit van procedures
Appellant verzocht om een tweede toevoeging voor rechtsbijstand in een voorlopige-voorzieningprocedure met betrekking tot de schorsing of beëindiging van zijn bijstandsuitkering. De Raad voor Rechtsbijstand weigerde dit verzoek omdat voor hetzelfde rechtsbelang reeds een toevoeging was afgegeven en er geen procedure was gevoerd die diversiteit van procedures zou rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die de zaak behandelde. De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 28 en Pro 32 van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en de vraag of de voorlopige-voorzieningprocedure als een andere procedure moet worden beschouwd die een tweede toevoeging rechtvaardigt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat hoewel de voorlopige-voorzieningprocedure als een andere procedure kan worden gezien, in dit geval geen hoorzitting heeft plaatsgevonden bij de eerste toevoeging, waardoor geen sprake is van diversiteit van procedures zoals bedoeld in de wet en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand. De Raad had het begrip procedure ruim geïnterpreteerd door alleen gevallen waarin de rechtsbijstandverlener bij het horen aanwezig was als procedure te beschouwen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en de Raad voor Rechtsbijstand dat de weigering van de tweede toevoeging terecht is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de tweede toevoeging bevestigd.