ECLI:NL:RVS:2000:AA5354
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- E.O.H.P. Florijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eenmalige silicosevergoeding wegens onvoldoende longfunctiebeperking
Appellant verzocht om een eenmalige silicosevergoeding, maar de Stichting Silicose Oud-Mijnwerkers weigerde deze op grond van het Reglement eenmalige silicose-vergoeding oud-mijnwerkers. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant voldeed aan de medische criteria: de aanwezigheid van silicose en een longfunctiebeperking van minimaal 30%, of bij vaststelling van Progressieve Massieve Fibrose (PMF) ongeacht longfunctiebeperking. De medische gegevens toonden aan dat appellant wel silicose had, maar de longfunctiebeperking onvoldoende was. De Stichting baseerde zich op onderzoeken waarbij de FEV1-waarde en DLCO-waarde niet voldeden aan de grenswaarden, mede door reversibele factoren zoals astma en twijfelachtige medewerking.
Appellant voerde aan dat de mate van omkeerbaarheid van luchtwegobstructie niet relevant was en dat in vergelijkbare gevallen wel een vergoeding was toegekend. De Afdeling oordeelde echter dat de functionele beperkingen van appellant niet uitsluitend door silicose werden veroorzaakt en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet kon leiden tot toekenning van de vergoeding.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de eenmalige silicosevergoeding bevestigd.