ECLI:NL:RVS:2000:AA5383
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering toestemming voor bewerkelijke rechtsbijstand en gevolgen voor kwaliteit rechtshulp
Het Bureau voor Rechtsbijstand te Den Haag wees een verzoek af om een zaak als bewerkelijk aan te merken, waardoor meer dan 30 uur aan rechtsbijstand niet werd toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep van de cliënt gegrond en vernietigde het besluit. De Raad voor Rechtsbijstand stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat hoewel artikel 24, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand bepaalt dat de toevoeging niet zonder instemming kan worden geweigerd, dit niet betekent dat de weigering van toestemming voor extra uren geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van de rechtshulp. De rechtbank had terecht gewezen op de Nota van Toelichting bij artikel 19 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994, waarin staat dat bij afwijzing van het verzoek de rechtsbijstandverlener zijn werkzaamheden redelijk moet kunnen afronden, maar dat de rechtshulp niet langer in volle omvang wordt verleend.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd de Raad voor Rechtsbijstand veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de cliënt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Raad voor Rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.