ECLI:NL:RVS:2000:AA5434
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hitten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vergunningenstelsel parkeerregeling en afwijzing hoger beroep tegen weigering parkeervergunning
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Amsterdam om hem niet direct een parkeervergunning toe te kennen, ondanks dat zijn aanvraag aan de criteria van de Parkeerverordening 1996 voldeed. Burgemeester en wethouders plaatsten appellant op een wachtlijst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bezit van een auto niet automatisch het recht geeft om zonder betaling of tegen gereduceerd tarief te parkeren op openbaar terrein. Het vergunningenstelsel dat het parkeren reguleert, vormt geen inbreuk op het recht op ongestoord genot van eigendom zoals beschermd door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de regeling in het algemeen belang is en niet in strijd met het eigendomsrecht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de weigering van een parkeervergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.