ECLI:NL:RVS:2000:AA5459
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- C.E.C.M. van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake goothoogte garage en vergunningvrijstelling
Appellant heeft een vergunning gekregen voor het wijzigen van een bouwplan voor een woning met garage, inclusief een vrijstelling voor de goothoogte van de garage. De bezwaarde stelde beroep in tegen deze vergunning, waarop de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en de vergunning vernietigde.
De Raad van State stelt vast dat het bouwperceel deel uitmaakt van een nieuwbouwterrein met een betonnen keerwand en dat de goothoogte van de garage correct is gemeten vanaf het aansluitende afgewerkte maaiveld binnen het perceel van appellant. Hierdoor is de goothoogte binnen de maximaal toegestane hoogte, inclusief de vrijstelling van 10%.
De Raad oordeelt dat burgemeester en wethouders een juiste uitleg hebben gegeven aan de planvoorschriften en dat er geen zwaarwegende belangen zijn die het besluit tot vergunningverlening onredelijk maken. Tevens wordt erkend dat appellant ten onrechte niet is opgeroepen voor de zitting bij de rechtbank, maar dit leidt niet tot vernietiging omdat het standpunt van appellant tijdens die zitting voldoende is vertegenwoordigd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de bezwaarde ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de bezwaarde ongegrond, waarmee de vergunning voor de garage met vrijstelling wordt bevestigd.