ECLI:NL:RVS:2000:AA5602
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing hondenuitlaatplaats te Veenendaal ondanks bezwaren omwonenden
Burgemeester en wethouders van Veenendaal hebben op 2 december 1997 een hondenuitlaatplaats aangewezen aan de Spoorlaan te Veenendaal. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat op 19 mei 1998 werd afgewezen. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond.
Appellanten voerden aan dat het besluit onredelijk was en in strijd met het bestemmingsplan en het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank het beleid van burgemeester en wethouders juist had beoordeeld en dat het besluit niet kennelijk onredelijk of rechtens onaanvaardbaar was. De belangen van appellanten waren erkend, met maatregelen zoals het inkorten van de uitlaatplaats en het planten van een beukenhaag.
De Raad van State verwierp de bezwaren over waardedaling van woningen en het bestemmingsplan, en oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een verzoek om oplegging van een dwangsom werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot aanwijzing van de hondenuitlaatplaats wordt bevestigd.