ECLI:NL:RVS:2000:AA5603
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning kappen bomen in Burgemeester Kootpark voor herinrichting woongebied
Burgemeester en wethouders van Uithoorn verleenden op 26 april 1999 een vergunning voor het kappen van wilgen, iepen, essen en esdoorns in de groensingel van het voormalige Burgemeester Kootpark. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college werd afgewezen. De president van de arrondissementsrechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat procedurele fouten waren gemaakt en dat het stedenbouwkundig plan geen aanleiding gaf tot het kappen van de bomenrij langs de oude spoordijk. De Raad van State oordeelde dat de procedure correct was gevolgd en dat het kappen noodzakelijk was vanwege de aanleg van een afwateringssloot van 10 meter breedte, essentieel voor de realisering van het centrale bouwblok van de woonwijk. De stelling dat een smallere sloot volstond werd niet aannemelijk geacht.
Daarnaast was het belang van de uitvoering van het stedenbouwkundig plan zwaarder dan het behoud van de bomenrij, mede omdat nieuwe bomenrijen langs de randen van het park worden aangeplant. Ook de kapvergunning voor bomen langs de Zijdelwegzijde werd gerechtvaardigd vanwege de aanleg van een fietspad. De Raad van State bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het kappen van bomen wordt bevestigd.