ECLI:NL:RVS:2000:AA5795
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.H.B. van der Meer
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen aan uitgeprocedeerde asielzoeker wegens gebrek aan medewerking reisdocumenten
Appellante, een asielzoeker van Ethiopische nationaliteit, kreeg een last tot uitzetting en meerdere aanzeggingen om Nederland te verlaten. Burgemeester en wethouders van Zaanstad beëindigden haar verstrekkingen op grond van het ontbreken van medewerking aan het verkrijgen van vervangende reis- en identiteitsdocumenten.
Appellante voerde aan dat zij geen uitgeprocedeerde asielzoeker in de zin van het stappenplan was en dat bijzondere omstandigheden zich voordeden waardoor de verstrekkingen niet beëindigd mochten worden. Zij verwees onder meer naar het beleid van de Ethiopische consul en een lopend verzoek bij de Staatssecretaris van Justitie.
De Raad van State oordeelde dat burgemeester en wethouders in redelijkheid het beleid mochten toepassen en appellante als uitgeprocedeerde asielzoeker mochten aanmerken. Het ontbreken van medewerking aan het verkrijgen van reisdocumenten rechtvaardigde de beëindiging van verstrekkingen. Het beroep tegen het griffierecht faalde eveneens, omdat het heffen van griffierecht niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van verstrekkingen aan appellante wordt bevestigd.