ECLI:NL:RVS:2000:AA5800
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- C. de Gooijer
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Mandaatverlening verklaring van geen bezwaar bij vrijstelling bestemmingsplan niet ongeoorloofd bij geringe planologische inbreuk
In deze zaak stond de mandaatverlening voor het afgeven van een verklaring van geen bezwaar in het kader van vrijstellingen van geldende bestemmingsplannen ter discussie. De gemeente Meerssen had vrijstellingen verleend voor onder meer de aanleg van een busbaan en reconstructie van de rijweg, waarbij een ambtenaar onder verantwoordelijkheid van de provincie een verklaring van geen bezwaar had afgegeven op grond van mandaat.
De Raad van State overwoog dat mandaatverlening ingevolge artikel 10:3 van Pro de Awb in beginsel mogelijk is, tenzij wettelijk anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Hoewel de Wet op de Ruimtelijke Ordening geen expliciet verbod op mandaatverlening bevat, acht de Afdeling bestuursrechtspraak mandaatverlening voor het afgeven van een verklaring van geen bezwaar in beginsel ongeoorloofd vanwege de aard van deze bevoegdheid, die vooruitloopt op de definitieve beslissing van gedeputeerde staten.
Echter, in gevallen waarin sprake is van een niet ingrijpende inbreuk op de bestaande planologische situatie kan mandaatverlening aanvaardbaar zijn. In deze zaak was dat het geval. De vrijstellingen waren noodzakelijk voor infrastructurele werken die het gemeentelijk verkeersbeleid ondersteunen, en de inbreuk op het planologische kader was niet zodanig ingrijpend dat de mandaatverlening onrechtmatig was.
Daarnaast werd het hoger beroep gegrond verklaard voor vijf verkeersbesluiten wegens een motiveringsgebrek in de beslissing op bezwaar, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand. De overige bestreden besluiten werden bevestigd. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Mandaatverlening voor verklaring van geen bezwaar was aanvaardbaar wegens geringe planologische inbreuk; motiveringsgebrek bij verkeersbesluiten leidde tot vernietiging met instandhouding rechtsgevolgen.