ECLI:NL:RVS:2000:AA5847
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag toevoeging rechtsbijstand bij verdeling huwelijksgemeenschap en nalatenschap
Appellante verzocht om toevoeging van gefinancierde rechtsbijstand in verband met de verdeling van de huwelijksgemeenschap en nalatenschap na het overlijden van haar echtgenoot. De aanvraag werd afgewezen omdat haar vermogen de vermogensgrens van f 14.000,-- overschreed.
De kern van het geschil betrof de waardering van het aandeel in de onverdeelde boedel, waarbij appellante stelde dat een schuld aan haar kinderen wegens overbedeling in mindering moest worden gebracht. De rechtbank en de Raad voor Rechtsbijstand verwierpen dit standpunt, stellende dat de schuld niet was aangegaan ter verkrijging van het resterende vermogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg had gegeven aan artikel 9 van Pro het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand. Het aandeel in de onverdeelde boedel moet worden gewaardeerd als het evenredige deel van de bezittingen en schulden, waarbij de erfdelen van de kinderen worden betrokken tegen de blooteigendomswaarde. Hierdoor werd het vermogen van appellante ruimschoots boven de vermogensgrens vastgesteld, waardoor het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat het vermogen van appellante de vermogensgrens voor gefinancierde rechtsbijstand ruimschoots overschrijdt.