ECLI:NL:RVS:2000:AA5903

Raad van State

Datum uitspraak
4 mei 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
199903733/1.
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B. van Wagtendonk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering vergoeding kosten vertaalwerkzaamheden in strafzaak

Appellante verzocht de Raad voor Rechtsbijstand om vergoeding van kosten voor schriftelijke vertaalwerkzaamheden die zij had verricht in een strafzaak om effectief te communiceren met haar Chinese cliënte. De Raad weigerde deze vergoeding op grond van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994, waarop ook het administratief beroep van appellante ongegrond werd verklaard.

De rechtbank bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld zonder dat partijen verschenen.

De Afdeling overweegt dat artikel 55 van Pro het Besluit alleen vergoeding biedt voor kosten van tolken die bij de verlening van rechtsbijstand worden ingezet, en niet voor schriftelijke vertaalwerkzaamheden. Er is geen andere wettelijke grondslag voor vergoeding van deze kosten. Ook het argument dat appellante tijd en geld bespaarde door schriftelijke communicatie met haar cliënte leidt niet tot een andere beoordeling.

Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van vertaalwerkzaamheden bevestigd.

Uitspraak

Raad van State
199903733/1.
Datum uitspraak: 4 mei 2000
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
mr [appellant] te [woonplaats], appellante,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 29 oktober 1999 in het geding tussen:
appellante
en
de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag.
1 Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 1998 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag in het kader van een verleende toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand geweigerd appellante de kosten te vergoeden van schriftelijke vertaalwerkzaamheden in een strafzaak.
Bij besluit van 13 november 1998 heeft de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag (hierna: de Raad) het hiertegen door appellante ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie bezwaar en beroep van de Raad voor Rechtsbijstand van 13 november 1998, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 29 oktober 1999, verzonden op 2 november 1999, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het tegen dit besluit door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante per faxbericht van 14 december 1999, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 13 januari 2000. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 1 maart 2000 heeft de Raad van antwoord gediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 28 april 2000. Partijen zijn niet verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Op grond van artikel 55 van Pro het - ingevolge overgangsrecht hier van toepassing zijnde - Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994 (hierna: het Besluit) worden aan de rechtsbijstandverlener die bij de verlening van rechtsbijstand zich van een tolk heeft moeten bedienen, de kosten daarvan vergoed tot ten hoogste het bedrag waarop een tolk ingevolge het Besluit tarieven in strafzaken aanspraak heeft.
2.2. In geschil is de geweigerde vergoeding van de kosten van vertaalwerkzaamheden in een strafzaak. Appellante had de vertalingen, naar zij stelt, nodig om op een effectieve en goedkope manier met haar Chinese cliënte te kunnen communiceren.
2.3. Zoals de rechtbank -terecht heeft overwogen, biedt artikel 55 van Pro het Besluit geen basis voor vergoeding van deze kosten. Ook in enige andere bepaling is daarvoor geen basis aan te wijzen.
Evenals de rechtbank, ziet de Afdeling in de omstandigheid dat appellante, naar zij stelt, tijd en geld heeft bespaard door met haar cliënte deels schriftelijk te communiceren, geen aanleiding om te oordelen dat de Raad voormelde bepaling onjuist heeft toegepast.
2.4. Het hoger beroep is derhalve ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr B. van Wagtendonk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr J.H.C.A. Muller, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Wagtendonk w.g. Muller
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2000
242.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,