ECLI:NL:RVS:2000:AA5904
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- J.H. Grosheide
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huisvestingsvergunning wegens inkomenseis en scheefwonenbeleid
Appellant verzocht om een huisvestingsvergunning voor een particuliere huurwoning in Den Haag, welke door burgemeester en wethouders werd geweigerd op grond van de Huisvestingsverordening Stadsgewest Haaglanden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het beleid van het Stadsgewest en de gemeente Den Haag gericht is op het tegengaan van segregatie door middel van het zogenaamde scheef toewijzen, waarbij goedkope woningen in bepaalde wijken worden toegewezen aan hogere inkomens, en in andere wijken juist extra woningen beschikbaar worden gesteld voor minima. Dit beleid is niet onredelijk of onrechtmatig.
Appellant stelde dat hij ongelijk werd behandeld omdat voor particuliere huurwoningen andere inkomenseisen gelden dan voor corporatiewoningen. De Raad van State oordeelde dat dit verschil gerechtvaardigd is, omdat de afspraken alleen gelden voor corporatiewoningen en het een experiment betreft. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd verworpen omdat appellant niet vooraf had geïnformeerd naar de vergunning.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de huisvestingsvergunning bevestigd.