ECLI:NL:RVS:2000:AA6101
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- J.M. Boll
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Minister inzake wedergeldigverklaring vliegbewijs B3 wegens onvoldoende motivering
Appellant verzocht de Minister van Verkeer en Waterstaat om verlenging dan wel wedergeldigverklaring van zijn vliegbewijs B3, inclusief bevoegdverklaringen. De Minister wees dit verzoek bij besluit van 27 mei 1998 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 28 juli 1998. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Breda, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit op bezwaar vernietigde en de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat voor het in stand laten van de rechtsgevolgen essentieel is dat het bestreden besluit inhoudelijk rechtmatig is. De Afdeling kon dit onvoldoende vaststellen, met name omdat onduidelijk bleef of het besluit op bezwaar in overeenstemming was met het door de Minister gevoerde aanvullende beleid, zoals gepubliceerd in de Mededelingen aan Nederlandse luchtvarenden (MAL 29/95). Appellant had gemotiveerd betwist dat het besluit overeenstemde met dit beleid.
De Afdeling vond de nadere motivering van de Minister onvoldoende, omdat onvoldoende inzicht werd gegeven in de uitgangspunten van het aanvullende beleid. Hierdoor kon geen geobjectiveerde toetsing plaatsvinden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het gedeelte van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet, en droeg de Minister op binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Minister tot afwijzing van het verzoek tot wedergeldigverklaring van het vliegbewijs B3 wordt vernietigd en de Minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.