ECLI:NL:RVS:2000:AA6359
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- A. Kosto
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste instandhouding rechtsgevolgen bouwvergunning lichtmasten
Burgemeester en wethouders van Rijswijk verleenden op 16 september 1997 een bouwvergunning voor zes lichtmasten rond een sportterrein. Appellanten maakten bezwaar tegen de vergunning, met name vanwege de plaatsing van een lichtmast vlak voor hun woningramen. De rechtbank vernietigde de beslissing op bezwaar wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat volgens haar het heroverwegen van het bezwaar niet tot intrekking van de vergunning kon leiden.
Appellanten stelden dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand liet, omdat burgemeester en wethouders bij heroverweging van het bezwaar tot een ander oordeel over de welstandsaspecten van het bouwplan konden komen. De Raad van State oordeelde dat dit niet uitgesloten kon worden, mede omdat het welstandsadvies slechts bestond uit de frase "Lichtmast akkoord" terwijl een deskundige architect een negatief welstandsadvies passend achtte.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van het vonnis van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet en beval burgemeester en wethouders binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van appellanten toegewezen, met uitzondering van een taxatierapport dat niet relevant werd geacht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een volledige heroverweging van bezwaarschriften, ook bij gebonden besluiten zoals bouwvergunningen, en dat rechtsgevolgen niet automatisch in stand mogen blijven als nieuwe inzichten mogelijk zijn.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van het vonnis dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en beveelt een nieuwe beslissing binnen acht weken.