ECLI:NL:RVS:2000:AA6606
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- S. van Wagtendonk
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openbaarmakingsverzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur bij strafdossier
In deze zaak staat centraal de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) op een verzoek tot informatieverstrekking van stukken uit een strafdossier. Appellanten, de Minister van Justitie en de Deken van de Orde van Advocaten, maakten bezwaar tegen het verstrekken van bepaalde stukken aan een derde partij. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd, waarbij zij oordeelde dat het publieke belang van een goed functionerende balie zwaarder weegt dan het belang van vertrouwelijkheid, mits de stukken rechtmatig verkregen zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft echter geoordeeld dat een deel van de stukken betrekking heeft op onrechtmatig verkregen bewijs en dat dit verweven is met de overige stukken. De strafrechter had in eerste aanleg de vervolging niet-ontvankelijk verklaard vanwege deze onrechtmatigheid. Hierdoor had een belangenafweging moeten leiden tot weigering van afgifte van alle stukken. De Afdeling bevestigt dan ook het oordeel van de rechtbank dat het belang van bescherming van persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling zwaarder weegt dan het algemene belang bij openbaarheid.
De Afdeling benadrukt dat de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient en dat het specifieke belang van de verzoeker hierbij geen rol speelt. De uitspraak bevestigt de gewezen beslissing en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat afgifte van de geselecteerde stukken uit het strafdossier wordt geweigerd vanwege bescherming van persoonlijke levenssfeer en onrechtmatig bewijs.