ECLI:NL:RVS:2000:AA6783
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Verlening vergunning voor tijdelijk noodschoollokaal met vrijstelling op grond van WRO
Burgemeester en wethouders van Boxtel verleenden op 16 juni 1998 een vergunning met vrijstelling op grond van artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor het plaatsen van een noodschoollokaal bij de Molenwijkschool voor een periode van maximaal vijf jaar. De gebroeders A/B maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door burgemeester en wethouders ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van de gebroeders A/B gegrond en vernietigde het besluit tot vergunningverlening. Burgemeester en wethouders gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling Bestuursrechtspraak oordeelde dat het aannemelijk was dat het noodschoollokaal een tijdelijk bouwwerk betrof, gelet op de stand van zaken omtrent de besluitvorming over de definitieve locatie van de permanente schoolbebouwing.
De Raad van State stelde vast dat de voorbereidingen voor de definitieve locatie zodanig waren gevorderd dat binnen afzienbare tijd een besluit zou worden genomen, conform de planning uiterlijk in 1999. Er waren geen aanwijzingen dat deze planning niet zou worden gevolgd. Ook was er geen grond om te oordelen dat burgemeester en wethouders niet redelijk hadden gehandeld bij de belangenafweging, mede gezien de afstand tussen het noodlokaal en de woningen van de appellanten.
Daarom werd het hoger beroep van burgemeester en wethouders gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de gebroeders A/B alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van burgemeester en wethouders wordt gegrond verklaard en het beroep van de gebroeders A/B ongegrond verklaard, waarmee de vergunning voor het tijdelijke noodschoollokaal wordt bevestigd.